Lector Jeannette Doornenbal over de Brede School

Wat is de pedagogische basis van de brede school en hoe maken we dit hanteerbaar voor brede schoolontwikkeling? Deze vragen nam Jeannette Doornenbal van het lectoraat Integraal Jeugdbeleid als uitgangspunt voor haar lezing over de Brede School. Ze merkte hierbij op dat de Brede School veel verder gaat dan samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang. In haar presentatie beperkte ze zich echter tussen deze twee sectoren.

bdko de zaal Paul Dirken

‘Ik houd van de Brede School. Ik wil het begrip dan ook niet inwisselen voor een term als integraal kindcentrum, ook al lijkt dit de lading in eerste instantie beter te dekken.’ Voor Doornenbal is een school, zoals de letterlijke betekenis van het woord aangeeft, vrije tijd om na te denken. ‘Kinderen zijn nieuwsgierig en daar moeten wij bij aansluiten.’ Om de zaal duidelijk te maken wat ze hiermee bedoelt, haalde ze Hannah Arendt aan. Deze filosoof stelde dat kinderen nieuwe burgers zijn in een oude wereld. Zij moeten de kinderen leren hoe ze de oude wereld op een nieuwe manier weer op orde kunnen brengen. Daarom zijn opvoeding en onderwijs zo belangrijk. Het gaat hierbij niet alleen om lezen, rekenen, sociale vaardigheden en het behalen van verschillende kwalificaties. Minstens zo belangrijk is de ontwikkeling van het ‘zijn’, de persoonlijkheidsontwikkeling of de moraal. ‘Dit deel motiveert trouwens de professionals vaak het meest in hun werk’, stelde Doornenbal
Op de Brede School is de professional, volgens de lector, de meerwetende ander die het kind uitnodigt deel te nemen aan zijn of haar vorming. Dit schept hoge verwachtingen, maar geeft ook spanningen. Laat je bijvoorbeeld het kind los of bescherm je het. Deze ‘onvolmaaktheid is eigen aan opvoeding en onderwijs.

Doornenbal onderscheidde drie principes voor de brede schoolontwikkeling: de kwaliteit van de uitvoering, organisatie en de relaties. Het eerste principe gaat over kwaliteitseisen en ontwikkelingstrajecten. Het tweede slaat op het aantal organisaties waarmee je samenwerkt en de plannen die je maakt. ‘Maak het niet te groot. Reduceer in eerste instantie het aantal partners waarmee je wilt samenwerken. Vaak is het dan al ingewikkeld genoeg om het eens te worden. Hetzelfde geldt voor de plannen. Wil niet teveel in één keer en betrek de professionals hierbij.’
Uit onderzoek in de Verenigde Staten blijkt dat de resultaten beter zijn op scholen waar relationeel vertrouwen is op alle niveaus. ‘Maar hoe organiseer je dit’, hield Doornenbal de zaal voor. ‘Door te werken vanuit respect. Mag iedereen er zijn en gehoord worden. Als dit er niet is, kan er ook geen vertrouwen zijn.’ Andere kenmerken die de kwaliteit van de relaties bepalen, zijn: competentie, persoonlijke aandacht en integriteit (doe wat je zegt).

Volgens Doornenbal moet een Brede School triple S zijn: smart, small en social